Afscheid

‘Hoe lang nog?’

Het zijn woorden die mij nog lang bij zullen blijven. Ze werden uitgesproken door iemand die mij na aan het hart lag en die ondraaglijk leed. Intussen is ze er al meer dan twee jaar niet meer.

Lang schipperde ik tussen rouw en opluchting. Rouw om het verlies, al was die rouw al jaren eerder aangevangen. Opluchting omdat verder lijden haar bespaard is gebleven. Al moet dat lijden eveneens al jaren eerder zijn aangevangen. Chronische en voortschrijdende aandoeningen zijn een hel voor hen die eraan lijden. Maar die zin die ik als eerste hierboven neerschreef, die ik nog regelmatig in mijn herinnering aantref, doet mij neigen naar opluchting.

Om mij heen zie ik steeds vaker dat lijden, die rouw en die opluchting. Ik voel het als geen ander maar ben niet in staat er iets anders mee te doen dan medeleven te betonen. Soms denk ik dat ik mede de oorzaak was van het lijden, van het verdriet en het wachten op het einde. Maar anderen vertellen mij dan weer keer op keer dat ik gedaan heb wat ik kon. Wat ik aankon.

Toch, als ik zo terugkijk, vraag ik mij vaak af of het voldoende was. Ik wel uit het juiste hout gesneden was. Of ik niet te zwak was, te zelfzuchtig. Vragen die ik voor mijzelf niet beantwoord krijg en die anderen, wat zij ook zeggen, niet voor mij beantwoorden kunnen. Loslaten is al wat ik kan.

En dat loslaten is ook nodig. Wil ik een nieuw bestaan opbouwen, een nieuw leven kunnen inrichten, dan moet ik vooruitkijken. Dan kan ik niet stilstaan bij wat was, waar niets meer aan gedaan kan worden. Dus de blik maar vooruit wenden. Al zal ik vast nog wel over mijn schouder kijken.

Als afscheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.