Ontvang exclusieve tips, verhalen en een kijkje in de keuken - schrijf je in voor mijn nieuwsbrief!

Een ode aan weemoed

We kennen allemaal wel dat beeld van de gekwelde kunstenaar, het creatieve genie met altijd een weemoedige blik op het leven. Die met enige regelmaat vervalt in depressie en er slechts met moeite terug uitkomt. En ik geef eerlijk toe, ik ben zo iemand. Zo’n gekweld wezen. Ik zal mij niet wagen aan de term “genie” overigens, maar ik ervaar weemoed wel als een grote drijvende kracht in mijn uitingen, in mijn kijk op kunst en creatie. Ik denk ook dat de meeste mensen in mijn omgeving hier niet erg verrast over zullen zijn als ik mijzelf zo beschrijf, sterker, ze zullen mij enige vorm van zelfkennis toedichten.

Maar behalve dat ik weet dat ik weemoedig ben, dat ik een melancholische kijk op de wereld heb, meer dan dat weet ik er eigenlijk niet van. Dus ik ben eens op onderzoek uitgegaan.

Wat is weemoed eigenlijk?

Weemoed, nostalgie, heimwee en melancholie. Het zijn allemaal woorden die dicht bij elkaar liggen en een staat van zijn weergeven waarin iets gemist wordt, een onvervuld verlangen. Nostalgie is het verlangen naar een specifiek verleden zoals een plaats, of een periode uit het leven. Heimwee is vooral het missen van een vertrouwde omgeving zoals het eigen huis, dorp of woonwijk (hoevaak willen kinderen niet terug naar huis als ze op vakantie zijn in een vreemde omgeving). Melancholie en weemoed zijn wat zwaarder en hangen vaak samen met een gevoel van verdriet. Melancholie is een diepere, existentiële droefheid zonder duidelijke oorzaak en weemoed is een milder contemplatief gevoel van verlies of van een onvervuld verlangen. Niet zelden met een esthetische of filosofische lading. Op deze laatste ligt ook de focus van dit essay.

“Weemoed is de grondtoon van ons bestaan.” Woorden die zijn geschreven door de Nederlandse filosoof Joke F. Hermsen. Elk mens kent een gevoel dat er iets mist, een onvervuld verlangen. Alsof iets in ons leven niet helemaal is zoals het hoort te zijn. We zoeken ernaar in de zingeving van ons bestaan, de manier waarop wij ons leven leiden of hoe wij het inrichten. We proberen het te vinden in allerlei vormen van politieke of levenbeschouwelijke stromingen, van links naar rechts, voor zover je zo zou kunnen spreken over dat spectrum. Sommige individuen maken er handig misbruik van, anderen trachten het te vermijden en te richten op rationele retoriek. Maar hoe dan ook, vrijwel geen enkel mens ontkomt aan het gevoel van weemoed.

Weemoed is een gevoel dat opkomt als iemand zich meer en meer van de wereld vervreemd voelt. Het wordt verbonden aan dagdromen, het zich niet meer bij les kunnen houden of aan het werk weten te zetten. Een ledigheid als het ware (onthoud deze even, het komt nog terug). Het is een staat van zijn waarin mensen zich terugvinden als ze niet langer meer op één lijn zitten met gevoel, activiteit en doel.

Weemoed wordt dan misschien wel door veel mensen als een negatief sentiment ervaren maar om de een of andere reden hebben we hier allemaal wel mee te maken. Waarom heeft het dan toch die negatieve connotatie? Nou, daarvoor moeten we een behoorlijk aantal eeuwen terug.

Een negatieve erfenis

Al in het antieke Griekenland kende men dit sentiment en werd het als iets negatiefs ervaren. Hippocrates schreef het sentiment toe aan een zwarte gal (de herkomst van ‘zwartgalligheid’), één van de vier lichaamssappen uit zijn Humores leer. Aristoteles omschreef het zelfs als de “goddelijke waanzin” van genieën of belangrijke politici, schrijvers/dichters en kunstenaars.

Maar ook in de middeleeuwen bleef weemoed de gemoederen bezig houden. Met de opkomst van het geloof begon men het als een zonde te beschouwen. Het gevolg van weemoed, een stilvallen en de moeite om weer in actie te komen omdat de zin van alles ontbreekt, werd als luiheid ervaren door anderen. Een sentiment van de duivel; ledigheid is des duivels oorkussen (hier is ie weer).

In het daaropvolgende modernisme werd de huidige kijk op weemoed en melancholie ontwikkeld. Van een fysieke aandoening (zwarte gal) naar een geloofszonde (ledigheid) verwerd het uiteindelijk tot een geestesaandoening. Weemoed werd een geestesziekte die genezen moest worden of kon worden. Samen met melancholie werd het onderverdeeld in dysthyme stoornissen, stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Er kwamen behandelplannen en therapieën en er werden medicijnen ontwikkeld om de gevolgen ervan tegen te gaan.

Het is dus alsof al sinds mensenheugenis weemoed iets is wat uit de mens gebannen dient te worden. Hetzij door het wegsnijden van een gal, de uitdrijving van een kwade geest of een behandeling in een psychiatrische inrichting.

Is al die negativiteit terecht?

Ik wil hier geenszins depressie en de ernstige vormen die het aan kan nemen bagatelliseren. Integendeel, ik heb er zelf net zo goed mee te maken als iemand die behept is met een dysthyme stoornis. Maar hoort weemoed hier wel thuis? Is weemoed hetzelfde als een dysthyme stoornis? En moeten we het wel uitbannen?

Als weemoed een negatieve aandoening is dan genieten we toch allemaal wel erg veel van de vruchten ervan. Weemoed is een gemoedstoestand die ons veel heeft gebracht. Muziekstijlen zoals de blues of fado bijvoorbeeld. Veel dichters hebben hun pennenstreken gewijd aan melancholische en weemoedige verzen. Hele romans en verhalenbundels zijn ermee vol gepend door auteurs zoals Couperus (Eline Vere), Arnon Grunberg (Blauwe Maandagen) of Hafid Bouazza (De voeten van Abdullah).

Het wordt zelfs gezien en erkend als een voorwaarde voor creatie, voor kunstzinnigheid. Dus in hoeverre is het dan iets wat we moeten verwijderen uit ons leven? Moeten we het dan niet eerder koesteren? Cultiveren? Weemoed is geen stoornis, maar een menselijke emotie die soms kan overlappen met stemmingsproblemen. Het is echter niet per definitie pathologisch, maar eerder een bron van reflectie en creativiteit. Weemoedige mensen zijn vaak gevoeliger voor schoonheid en vergankelijkheid, wat hen drijft om dat vast te leggen in kunst. Het gevoel van onbehagen kan leiden tot nieuwe inzichten of artistieke experimenten. Kunstenaars zoals Vincent van Gogh of Edvard Munch gebruikten hun melancholie als brandstof voor hun werk. Weemoed is niet alleen een last, maar ook een geschenk: een bron van diepgang, reflectie en creativiteit.

Misschien is het tijd om weemoed niet langer te zien als iets wat genezen moet worden, maar als een essentieel onderdeel van ons mens-zijn. Een grondtoon die ons helpt om schoonheid te zien in de vergankelijkheid, en om betekenis te vinden in het onvervulde verlangen. Door weemoed te omarmen, kunnen we niet alleen kunst creëren, maar ook een dieper begrip ontwikkelen voor onszelf en de wereld om ons heen. Misschien dat er dan ook meer aandacht is voor de mensen die hun weemoedigheid weten om te zetten in schoonheid. Misschien wordt er dan ook geluisterd naar hun boodschap.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Gelieve mijn rechten te respecteren.