Het pad zo kort, toch is er nog een lange weg te gaan. De wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk en uiteindelijk gaan we ieder ons eigen weegs. De paden op en de lanen in op straffe van verdwalen. Mijn weg is niet altijd navolgbaar.
Ik loop maar wat zegt Gijs Gans tegen oma Duck. Ik volg Gijs. Ik doe maar raak, ik zie wel waar mijn voeten mij brengen zolang ik ze maar voet voor voet zetten kan en zetten mag. Ik maak brokken en heel breuken onderweg.
We staan soms op een splitsing, gaan we links, gaan we rechts, of op een kruising in ons leven? Gaan we zo door of slaan we andere wegen in? Ik weet niet waar ik heen moet noch waar ik heen zal gaan. Ik weet niet waar mijn pad zal eindigen en of jouw pad het mijne volgt of het mijne het jouwe.
Of onze wegen elkaar ooit weer kruisen en we dan samen door gaan, uit elkaar gaan of weer samen lopen, of gewoon stoppen en ter plekke ons tentje opslaan. Waar onze voeten rusten en onze harten samensmelten.
Helen we onze breuken terwijl we wandelen of breken we al wandelend? Lopen we niet te ver uiteen of verwijderen we ons al lopend? Onze emoties ontlopend of vluchtend voor de druk die het jachtige leven op ons pad stuurde.
Lopen we te hard van stapel? Of stapelen we onze stappen op elkaar om verder te reiken dan onze voeten alleen ons brengen kunnen. Of lopen we achter de feiten aan die ons in ons gezicht staren terwijl we de spiegel breken door er doorheen te stappen naar gene zijde?
Gaan we stapsgewijs door ons leven verder? Of houden we halt, pas op de plaats?
Het pad zo kort. Het einde in zicht. Een gelopen race.
Uit de nog niet verschenen publicatie: Wandelingen door Walther Ligtvoet.
Geef een reactie